Home - Kunstenaars - Galeries - Musea - Exposities  


Marc Chagall: Het Joods Theater


Over de expositie

In de tentoonstelling 'Het Joods Theater' zijn de reusachtige wandschilderingen te zien, die Marc Chagall (1887-1985) in 1920 maakte voor het Joods Theater in Moskou. Het is voor het eerst dat deze indrukwekkende doeken, die het museum in bruikleen krijgt van The State Tretjakov Gallery in Moskou, in Nederland worden geëxposeerd.

Foto: Marc Chagall met voorstudie voor de wandschilderingen 'Inleiding tot het Joods Theater', november 1920, particuliere verzameling, Parijs.
+ + lees meer...

Speciaal voor deze tentoonstelling heeft het Joods Historisch Museum bovendien Chagalls vele voorstudies voor de wandschilderingen, decor- en kostuumontwerpen in bruikleen gekregen van de kleindochter van Chagall en het Musée National d’Art Moderne, Centre Pompidou, in Parijs. Uit de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam worden drie werken van Chagall getoond, waaronder het wereldberoemde doek 'De violist', dat als voorbeeld diende voor Muziek, een van de wandschilderingen voor het Joods Theater. Aangevuld met historische foto’s en documenten wordt de wereld van het Joods Theater in Moskou opnieuw tot leven gebracht in Amsterdam.

In de steden waar de wandschilderingen van Chagall eerder te zien waren, hebben de bezoekersaantallen alle verwachtingen overtroffen. Geen wonder: in deze zeven schilderingen leefde Chagall zich op ongeëvenaarde wijze uit in zijn liefde voor het jodendom en het joodse theater. De doeken zijn een feest voor het oog. Zij schetsen een levendig beeld van de Oost-Europese joodse volkscultuur in al zijn rijkdom en variëteit. Joodse musici, acrobaten en acteurs komen ten tonele en zijn in een wervelend en kleurrijk patroon met elkaar verbonden. Veel van deze figuren komen terug in ander werk van Chagall. Hoewel Chagall duidelijk beïnvloed is door moderne kunststromingen als het kubisme, verliest hij nergens contact met de zichtbare werkelijkheid. In de schilderingen voor het Joods Theater brengt Chagall zijn persoonlijke betrokkenheid tot uitdrukking. Zijn vrolijke en humoristische uitbeelding van een nu goeddeels voorbije wereld werkt nog even aanstekelijk als destijds voor de bezoekers van het Joods Theater in Moskou.

In de begeleidende catalogus (Waanders uitgevers, Zwolle) wordt uitvoerig ingegaan op de betekenis van de doeken die Chagall schilderde voor het Joods Theater. Tevens wordt aandacht besteed aan Chagall als joodse kunstenaar, zijn relatie tot het theater en zijn plaats binnen de traditie van de joods-Russische kunst.
Rondom de tentoonstelling wordt een uitgebreid evenementenprogramma georganiseerd.

Avond-openstelling: donderdag 7, 14, 21 en 28 november tot 21 uur.
Voor deze tentoonstelling geldt een toeslag. De ingang is aan de Nieuwe Amstelstraat 1, 1001 PL Amsterdam.


Bijlage

Marc Chagall behoort tot de oorspronkelijkste en populairste kunstenaars van de twintigste eeuw, al was hij niet de grootste vernieuwer. Dat waren eerder Picasso en Mondriaan, of Chagalls landgenoten Malevitsj en Kandinsky. Met zijn schilderijen en tekeningen, etsen en litho’s, wandschilderingen en gebrandschilderde ramen in openbare en particuliere collecties, in publieke gebouwen, kerken en synagogen is Chagall voor vrijwel iedereen een begrip. Ansichtkaarten en affiches vergroten die bekendheid. Jaarlijks verschijnen talloze populaire boeken en gespecialiseerde artikelen over hem, terwijl tentoonstellingen van zijn werk zich steevast in grote belangstelling mogen verheugen.

Sinds de val van de Sovjet Unie zijn ook de depots van Russische collecties opengegaan, waarmee vele onbekende werken van Chagall uit diens Russische jaren toegankelijk zijn geworden. De grootste verrassing waren de zeven monumentale doeken die Chagall in 1920 voor het Joods Theater in Moskou had vervaardigd, anderhalf jaar voor zijn definitieve vertrek uit Rusland. De ruimte die plaats bood aan negentig toeschouwers, beschilderde hij volledig. Op de linkerwand hing het grootste doek, Inleiding tot het Joods Theater [cat. 1], gevolgd door Liefde op het toneel [cat. 2] op de ingangswand, en tenslotte rechts aan de raamzijde de Vier Kunsten, te weten Literatuur, Theater, Dans en Muziek [cat. 3,4,5,6] met daarboven het lange, smalle Bruiloftsmaal [cat. 7]. Hoewel deze doeken vele tientallen jaren niet te zien waren, was wel bekend dat ze nog bestonden. Ze werden genoemd in standaardwerken en waren afgebeeld in zwart-wit reproducties. Voorstudies gaven een idee van hun betekenis, terwijl Chagall zelf aan het eind van zijn autobiografie Mijn Leven uitvoerig inging op zijn betrokkenheid bij het Joods Theater in Moskou. Halverwege de jaren twintig verhuisde het theater naar een groter onderkomen elders in de stad en werden de wandschilderingen naar de foyer overgebracht. Vanaf die tijd, na een relatief voorspoedige periode, vergrootte de Sovjetstaat zijn greep op de joodse gemeenschap. Tijdens zuiveringen in de jaren dertig, toen de joodse cultuur verder verdrukt werd, zijn de doeken verborgen. De regisseur Alexander Granovski had het land al in 1928 verlaten. Op bevel van Stalin werd de hoofdrolspeler Solomon Michoëls in 1948 vermoord. Een jaar later sloot het Joods Theater definitief zijn deuren. Acteurs, Jiddische schrijvers en andere vertegenwoordigers van de joodse cultuur gingen in ballingschap of werden in deze en volgende jaren gevangen gezet, in schijnprocessen veroordeeld en vermoord.

Het officiële verhaal was lange tijd dat de commissie die verantwoordelijk was voor de liquidatie van het Joods Theater, de wandschilderingen in 1950 had overgebracht naar de State Tretyakov Gallery in Moskou. Waarschijnlijker is dat Alexander Tysjler, die als kunstenaar aan het Theater verbonden was geweest en een groot bewonderaar was van Chagall, de doeken persoonlijk bij dat museum in veiligheid heeft gebracht. Evenals alle andere werken van Chagall in Sovjet collecties waren ze vervolgens ontoegankelijk voor bezoekers, zeker de westerse. Alleen in 1973, toen de bejaarde Chagall Rusland voor de eerste (en laatste) keer sinds 1922 bezocht, werden de doeken uitgerold tijdens een half besloten bijeenkomst, onder het toeziend oog van de KGB. Een fotorapportage in de Paris Match laat zien hoe de vijfentachtigjarige meester zijn werk alsnog van een handtekening voorzag (afb. 15, 42). Pas in 1987 begon de restauratieafdeling van het Tretyakov aan het herstel van de doeken. Twee ervan, Muziek en Dans, werden in 1989 in Japan geëxposeerd. De restauratie van de overige vijf doeken, gerealiseerd in samenwerking met de Zwitserse Fondation Pierre Giannada, werd op tijd afgerond voor een tentoonstelling van de Fondation in het Zwitserse Martigny in 1991, zeventig jaar na de opening van het Joods Theater in Moskou. Sindsdien maken de wandschilderingen voor het Joods Theater een ware triomftocht langs cultuursteden als Frankfurt, New York, Jeruzalem, Wenen, Londen en thans Amsterdam.

Bij een groot publiek is Chagall een geliefd kunstenaar. Zijn populariteit is des te meer opvallend, omdat hij in zijn werk met grote regelmaat naar het verdwenen joodse leven in Oost-Europa verwijst. Daarmee raakt hij nog altijd een gevoelige snaar: dat leven is namelijk niet gewoon verdwenen, maar vernietigd - eerst door de communisten vanaf de jaren twintig en later, tussen 1941 en 1944, definitief door de nazi’s. Chagall wist de joodse wereld van zijn jeugd op een bijzondere manier te bezielen, in Rusland als deelnemer en in Frankrijk vanuit zijn herinnering. Hoe deed hij dat? Schijnbaar naïef, met een verfrissend directe schilderstijl en een ogenschijnlijk toegankelijk verhaal. In tijden waarin abstractie hoog aangeschreven stond en kunst niet direct naar de zichtbare werkelijkheid diende te verwijzen, is Chagalls werk vaak bestempeld als anekdotisch. Inderdaad, Chagall is verhalend, maar dan wel in de traditie van de meesters der joodse vertelkunst. Zij zijn het die hem voorgingen met hun op het eerste gezicht eenvoudige vertellingen en parabels die bij nadere beschouwing naar spirituele en mystieke aspecten van het jodendom verwijzen. Chagall vertaalt de verhalen van zijn leermeesters, joodse geleerden en chassidische rebbes in beelden. Zijn werk zit eveneens vol van onverwachte wendingen, half verhulde toespelingen op de actualiteit, woordspelingen en kleurrijk commentaar op zijn medemens. Chagall is tegelijk humoristisch en serieus. Hij geeft menselijke emoties en ervaringen op een voor iedereen herkenbare wijze weer. De manier waarop hij zijn verhalen schildert, rechtvaardigt zijn plaats binnen de kanon van de moderne kunst. De zeven wandschilderingen, die hij in 1920 voor het Joods Theater in Moskou vervaardigde, zijn de monumentale illustratie van deze stelling.

Chagall ontkende hardnekkig de invloed van andere kunstenaars, hoewel die onmiskenbaar aanwezig is. In zijn kleurgebruik en in zijn schilderstijl verwijst hij regelmatig naar baanbrekende kunststromingen als het kubisme en het constructivisme met hun abstracte vormen en het fauvisme met zijn felle kleuren. Met deze stromingen was Chagall in zijn Parijse jaren (1911-1914) en in de daaropvolgende Russische periode (1914-1922) in aanraking gekomen. De wandschilderingen voor het Joods Theater laten zien hoe hij die invloeden op een geheel eigen manier integreert. Zijn stijl is evenals zijn verhaal uit vele lagen opgebouwd. Alleen op het eerste gezicht zijn ze toegankelijk en eenduidig. Bij nadere beschouwing verdiepen vorm en inhoud zich en komen uiteindelijk samen in wat Chagall zelf zo graag de poëzie van zijn werk noemde. In zijn wandschilderingen vertelt Chagall over zijn persoonlijke liefde voor een kunstvorm die literatuur, toneel, muziek en dans verenigt. In die wereld van betovering weet Chagall ook de toeschouwer van de eenentwintigste eeuw binnen te voeren. De kleurenrijkdom, de vreugde en de fantasie die de wandschilderingen uitstralen, vormen de universele boodschap van het Joods Theater. De zeven wandschilderingen worden terecht gezien als het hoogtepunt van zijn Russische jaren.

De opbouw van deze publicatie is als volgt. Na een biografische schets van Chagalls leven - met de nadruk op zijn vroegere jaren - volgen drie essays die de betekenis van het Joods Theater belichten. Alle drie zijn ze eerder gepubliceerd en op verzoek van de redactie ten behoeve van deze catalogus door de auteurs bewerkt en aangevuld met de jongste gegevens. Afbeeldingen en een lijst van tentoongestelde werken, een toelichting op vaak genoemde personen en begrippen en een bibliografie sluiten het boek af.

Het eerste artikel, van Monica Bohm-Duchen, gaat over Chagall en de zoektocht naar een joodse kunst in revolutionair Rusland. Chagalls Joods Theater is het belangrijkste werk binnen de kortstondige renaissance van joodse kunst en cultuur in het Rusland van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Die herleving maakte deel uit van een algehele artistieke vernieuwing, die gepaard ging met bijzondere belangstelling voor de eigen cultuur. Al in de negentiende eeuw waren joodse kunstenaars op zoek gegaan naar joodse thema’s. Religie was niet langer het enige bindmiddel van joden in Oost-Europa. In Chagalls geboorteplaats Witebsk waren naast Chassidische en Orthodoxe joden ook aanhangers van de Bund (de joodse arbeidersbeweging) en het Zionisme te vinden. De joodse kunstenaar Jehuda Pen had daar in 1897 een academie opgericht en zou Chagalls eerste leraar worden. Joodse kunstenaars gingen in die periode op zoek naar joodse onderwerpen net zoals Russische onderwerpen in trek waren bij de jonge garde Russische kunstenaars. Voor iedereen, maar in het bijzonder voor minderheden en vernieuwende kunstenaars, was het regime van de tsaren beklemmend en soms openlijk discriminerend. De pogroms van 1881 lagen nog vers in het joodse geheugen. De vijf miljoen joden in het vestigingsgebied waren aan vele beperkingen onderworpen. Censuur betrof uitingen van theater en literatuur in de spreektaal, Jiddisch. Joden mochten slechts met speciale toestemming in St. Petersburg wonen of studeren. Ook Chagall had protectie nodig voor zijn studie in die stad, terwijl hij aan die Keizerlijke Academie niet werd toegelaten. Toch vonden mensen nieuwe wegen om hun eigen cultuur te ontwikkelen. De schrijver An-ski organiseerde in de jaren kort voor de Russische Revolutie van 1917 etnografische expedities. Kunstenaars, musicologen en andere experts reisden mee naar de uithoeken van het joodse vestigingsgebied om beschilderde synagogen, versierde grafstenen, verluchte handschriften, gebruiksobjecten en joodse volksmuziek te documenteren. Evenals andere joodse kunstenaars integreerde Chagall joodse volksmotieven in al zijn werk, in schilderijen maar ook in geïllustreerde Jiddische (kinder)boeken. Behalve dat hij deelnam aan de halfjaarlijkse Parijse tentoonstellingen en exposeerde in gerenommeerde avant-garde galerieën, stelde Chagall zijn werk beschikbaar voor exposities van de Jiddische Kultur-Liga. In zijn wandschilderingen voor het Joods Theater culmineert zijn betrokkenheid bij de wereld van de joodse cultuur.

In het tweede artikel belicht Aleksandra Shatskikh Chagalls betrokkenheid bij het theater. Zijn belangstelling daarvoor gaat terug tot zijn eerste jaren in St. Petersburg, toen hij met de fantasierijke kostuum- en decorontwerper Léon Bakst in aanraking kwam. Pas aan de vooravond van de Revolutie was joods theater in de landstaal, het Jiddisch, tot bloei gekomen. De tsaren hadden lange tijd Jiddisch theater verboden. Seculiere stukken voor theater in het Jiddisch ontstonden pas in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het alledaagse leven van de arme joden, maar ook kritiek vanuit socialistische hoek, vormen belangrijke thema’s binnen deze literatuur, die nog steeds bekend is dankzij schrijvers als Sjolem Aleichem, wiens boek Tewje de basis bood voor de musical Fiddler on the Roof. Joods Theater, zowel in het Jiddisch als het Hebreeuws, kreeg een geheel nieuwe wending toen moderne joodse literatuur op het toneel gezet kon worden volgens de jongste inzichten qua regie, kostuums en decor. Chagall, die al eerder niet uitgevoerde kostuumontwerpen had gemaakt, nam op 20 november 1920 maar al te graag de uitnodiging aan om ontwerpen te maken voor de openingsavond van het Joods Theater in Moskou. Hij besloot zich evenwel niet te beperken tot kostuums en decors bij drie eenakters van Sjolem Aleichem. Hij beschilderde binnen een maand op eigen initiatief ook wanden, toneelgordijn en plafond van het theater, dat plaats bood aan negentig toeschouwers. Het is in omvang een uniek totaalkunstwerk geworden, het grootste werk uit zijn Russische periode. Pas vele jaren later zou hij in theaters in New York en Parijs deze schaal overtreffen.

In het derde artikel gaat Ziva Amishai-Maisels gedetailleerd in op de betekenis van de afzonderlijke doeken die Chagall voor het Joods Theater in Moskou schilderde: de Inleiding tot het Joods Theater, het grootste doek, gevolgd door Liefde op het toneel en tenslotte de Vier Kunsten (Literatuur, Theater, Dans en Muziek) en het Bruiloftsmaal. Achter de façade van zijn poëtische beelden blijkt Chagall vele boodschappen te hebben verborgen, soms humoristische, slechts voor ingewijden begrijpelijke grapjes en hier en daar sarcastische en zelfs ronduit oneerbiedige commentaren. Zij toont aan hoe vertrouwd Chagall was met de wereld van het jodendom en de Jiddische cultuur. Haar analyse van de verschillende betekenislagen sluit af met een bespreking van de onderlinge samenhang tussen de zeven doeken.

Na de drie artikelen volgen de catalogus met afbeeldingen en de lijst van tentoongestelde werken, te weten de zeven bewaard gebleven wandschilderingen, de voorstudies daarvoor benevens kostuum- en decorontwerpen voor voorstellingen in het Joods Theater. Belangrijke namen en begrippen zijn voor het gemak van de lezer bijeengebracht in het hoofdstuk Wie & Wat. De bibliografie vermeldt vooral de meest recente en voor dit onderwerp relevante publicaties en catalogi. Eerdere literatuur is daarin terug te vinden.

Edward van Voolen


Wanneer en waar

Expositieperiode was t/m 19 jan 2003

Joods Historisch Museum (JHM)
Nieuwe Amstelstraat 1
1011 PL Amsterdam
020-5310310

open: ma t/m zo 11.00-17.00, gesloten op Joods Nieuwjaar en Grote Verzoendag, entree € 15,00


Kunstenaar

Marc Chagall