Home - Kunstenaars - Galeries - Musea - Exposities  
 
Museum de Wieger
Oude Liesselseweg, 29  Plattegrond via Google
5751 WN Deurne, Nederland
T 0493322930
 rienyvandemortel@dewieger.nl
www.dewieger.nl
Wo t/m zo 12.00-17.00
entree Ä 8,00 volw., Ä 8,00 65+ MJK Gratis
  

Contact: Rieny van de Mortel

Office manager

Overige informatie

Toen Hendrik Wiegersma, 'de oude Pan van Deurne' zoals hij zichzelf noemde, goed en wel was begraven en de gemeente Deurne had besloten het huis 'De Wieger' een museale bestemming te geven, kwam de vraag op wat er binnen te zien moest zijn.
Volkskunst, met als basis de collectie die Wiegersma zelf bijeen had gebracht? Of moest het een breder gebied bestrijken, bijvoorbeeld de streekgeschiedenis?
+ + lees meer...

De kunstcollectie overnemen die nog eigendom was van de familie Wiegersma zat er niet in. In zijn geheel zou die te duur zijn, maar veel stukken waren niet te koop. Het werk van Zadkine, Cantrť, Permeke en andere grote namen in de kunst, zou niet in De Wieger terugkeren.
Wel was met gelden uit het Hendrik Wiegersma fonds sinds 1967, toen de dorpsarts vijftig jaar in Deurne praktizeerde, een bescheiden collectie aangelegd van generatiegenoten en vroegere vrienden. Deze werken werden, met een wisselende keuze uit de collectie Wiegersma, getoond in het Dinghuis, een bijgebouw van het Groot Kasteel in Deurne.
Het is niet verwonderlijk dat uiteindelijk de kunst van het interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen, de 'meest geŽigende opdracht' voor het nieuwe museum werd gevonden. En het lag in de lijn der verwachting dat Pieter Wiegersma de eerste conservator van De Wieger zou worden.
Het had allemaal tijd nodig - Wiegersma overleed in 1969, de gemeente kocht het huis in 1972, op 6 augustus 1976 vond de officiŽle openstelling plaats. Maar toen was ook de bijna ideale combinatie tot stand gebracht van werken van een van de meest schilderachtige figuren uit de Nederlandse kunst, zijn collectie 'kleinbeeldhouwwerk' zoals hij de volkskunst noemde, een bijzonder huis, en een verzameling kunst uit de bloeiperiode van het figuratieve schilderen. Een beter gedenkteken had Wiegersma zich niet kunnen wensen.

Achteraf lijkt er aan historische gebeurtenissen vaak een logica ten grondslag te liggen, die op het moment zelf ver te zoeken was. De kunst van het interbellum, waarover nu weer met zoveel respect wordt gesproken, was aan het einde van de jaren zestig vrijwel uit de Nederlandse museumzalen verdreven. Er waren verschillende oorzaken. De sterke opkomst van de jongerencultuur was een heel belangrijke factor. Vernieuwing was het toverwoord, zeker waar creativiteit een rol speelde.
En creativiteit moest ongebonden zijn. Die afwijzing van elke academische norm was al zichtbaar bij de opkomst van Cobra omstreeks 1950. Ambachtelijkheid en het geduldig opbouwen van een mťtier was na de oorlog opeens uit de tijd. De kunstenaars die zich voor de oorlog het vak eigen hadden gemaakt, vielen daarom buiten het modieuze beeld van de moderne kunst dat de musea wilden laten zien.
Daarmee verdween ook de figuratie buiten beeld. Het genre- schilderen - portretten, stillevens, landschappen, figuren - werd verbonden met een oude, bedompte wereld die in een massale oorlog ten onder was gegaan. De nieuwe wereld zag er anders uit, onder druk van het originaliteitsbeginsel zelfs voortdurend anders.
In de eerste helft van de jaren zestig culmineerde dit in vormen van kunst die met het traditionele kunstwerk niets meer te maken hadden. Kunst kon een geÔmproviseerd pianospel in de open lucht zijn, een verzameling oud roest, een hoopje vet in de hoek van een zaal, een acht- milimeterfilmpje of een reeks foto's aan de wand.

Schilderkunst was hopeloos ouderwets
Voor Hendrik Wiegersma en de generatie kunstenaars waarvan hij deel uitmaakte waren deze ontwikkelingen moeilijk te volgen. Van het brandpunt van de kunstwereld werden zij naar de marge gedrongen. Zeker zo vreemd was de situatie voor de jongeren die een ambachtelijke opleiding hadden gevolgd en tijdens de wederopbouw veel gevraagd werden voor monumentale opdrachten. Hun 'bloeitijd' duurde tot 1960, toen de bouw van nieuwe kerken tot stilstand kwam en de vraag naar bouwsculpturen, reliŽfs, muurschilderingen, mozaÔeken, glas-in-lood en glas-in-beton vrijwel wegviel. Velen van hen hebben met hun werk de museumzalen en -collecties nooit bereikt.
De glazenier Pieter Wiegersma behoort tot deze laatste groep. Voor hem moet in de jaren '60 een dubbel engagement hebben gegolden om de kunst uit de jaren 1918 tot 1940 een blijvende plaats te geven in het huis van zijn vader. Hij heeft tijdig ingezien dat veel materiaal uit een belangrijke periode van onze kunstgeschiedenis verloren dreigde te gaan.
Behalve de noodzaak zag Wiegersma junior ook veel mogelijkheden om deze kunst onder de aandacht te brengen. Juist omdat niemand ernaar omkeek konden met gemak exposities worden samengesteld met werken uit de depots van het Stedelijk Museum in Amsterdam of het Haags Gemeentemuseum. En veel schilders waren nog in leven. Via bestaande kontakten, of door bemiddeling van de kunsthandel of veilinghuizen kon voor de collectie in Deurne vaak tegen lage prijzen werk worden verworven. De lijst van tentoonstellingen in het vroegere Dinghuis en de eerste jaren van museum De Wieger is een aaneenschakeling van nu overbekende namen. Het overgrote deel van de collectie werd bijeengebracht tussen 1967 en 1980.

In kunsthistorisch opzicht valt er wel iets af te dingen op de periode-afbakening van het interbellum. De voornaamste avant-gardestromingen in de kunst zijn ontstaan tussen 1905 en 1915, de meeste in Parijs. De eerste wereldoorlog heeft diepe sporen nagelaten, ook in het culturele landschap van Europa. Maar juist in Nederland is het jaar 1918 niet van bijzondere betekenis. De belangrijkste vernieuwers hadden al vanaf 1910 in Parijs kennisgemaakt met de moderne richtingen: Piet Mondriaan, Leo Gestel, Jan Sluyters, Otto van Rees, en vele anderen. Niet voor niets behandelde A.B. Loosjes-Terpstra in haar belangrijke studie over de moderne kunst in Nederland van (1959) de periode 1900 tot 1914. Doordat Nederland niet in de eerste wereldoorlog betrokken raakte, zochten verschillende kunstenaars uit Frankrijk en BelgiŽ hier hun toevlucht. Henri le Fauconnier was van grote betekenis voor het ontstaan van de Bergense School. Leo Gestel hielp een aantal Vlaamse kunstenaars aan onderdak, waarmee hij ook belangrijke artistieke kontakten tot stand bracht.
Het jaar 1918 is om deze redenen als startpunt voor een kunstverzameling ongelukkig gekozen. 1910 Zou een betere limiet zijn, omdat de snelle opeenvolging van invloeden vanuit Frankrijk - kubisme, fauvisme, luminisme - en Duitsland - expressionisme - dan zichtbaar worden.
In de praktijk is gelukkig het jaar 1918 niet strikt als limiet gehanteerd. Zo konden binnen de selectie van hoogtepunten uit de verzameling voor dit boek een aantal belangrijke werken worden op-genomen van Lodewijk Schelfhout, Conrad Kickert, Wim Schuh-macher, Jacoba van Heemskerck en Jan Sluijters. De huidige collectie van De Wieger geeft verder een goed beeld van de Bergense School (Gestel, Filarski, Schuhmacher, Piet en Matthieu Wiegman, Charley Toorop), De Ploeg in Groningen (Jan Wiegers, Johan Dijkstra), de Rotterdammers ...., de Utrechters Douwe van der Zweep en ..., het magisch realisme (Willink, Hynckes, Mekkink), en natuurlijk de Brabantse en Limburgse schilders als Hendrik Wiegersma, Joep Nicolas en Charles Eyck. Veel bekende schilders zijn met ťťn werk in de collectie vertegenwoordigd. Dat is niet veel, maar hun werk is vaak al op ruime schaal verzameld in de tijd zelf. Dat geldt voor Herman Kruyder, Jan Sluijters, Jacoba van Heemskerck, Pyke Koch, Jan Mankes, Charley Toorop, Carel Willink. De verzameling van De Wieger geeft vooral een tijdsbeeld, waarin ook veel onbekendere namen zijn opgenomen. De meeste onbetwiste hoogtepunten uit de periode zijn in de grotere musea te vinden, waar ze tegenwoordig met zorg gekoesterd worden.
Het pionierswerk, waarvoor De Wieger ooit is opgericht, is nog altijd niet voltooid. Pieter Wiegersma begon met de reeks tentoonstellingen met wat toen de eerste prioriteit had: Leo Gestel, Carel Willink, Herman Kruyder. Agnes Grondman, conservator van 1986 tot 1990, voegde daar nieuwe stromingen aan toe: de Amsterdamse realist Sal Meijer, Ferdinand Erfmann, het Nederlands surrealisme. Jammer genoeg hebben tentoonstellingen in haar tijd, en daarna in de roerige periode 1990 tot 1992 onder Tjeu Teeuwen, weinig sporen in de collectie nagelaten. Na 1992 is dat wel gebeurd met het werk van Sierk SchrŲder en Cornelis Kloos, en naakten van Isaac IsraŽls en Erasmus van Dulmen Krumpelman. Daarnaast is de collectie zowel in de breedte (nieuwe namen) als in de diepte (meer werk van reeds vertegenwoordigde kunstenaars) uitgebreid.
Zoals uit de keuze voor Isaac IsraŽls blijkt, is het niet nodig voortdurend de marges van de kunstgeschiedenis af te grazen. Het zo-genaamde Amsterdams impressionisme van Israels en Breitner heeft school gemaakt in de kunst van deze eeuw, wat het verzamelen van laat werk van eerdere stromingen rechtvaardigt.
Op dezelfde wijze dient aan de andere kant het tijdvak na 1940 in het oog gehouden te worden. De invloeden van kunstenaars uit het interbellum waren soms al heel snel zichtbaar. Toon Kelder en Edgar Fernhout kozen na de oorlog voor abstractie, waardoor zij een nieuwe actualiteit kregen. De figuratieve kunst kwam pas opnieuw in beeld nadat eind jaren '70 het penseel weer met ongekende energie ter hand werd genomen. De kunstenaars zelf maken het net niet meer mee, maar de omslag in de waardering van hun werk is onmiskenbaar.
De kunst houdt zich aan geen enkele afbakening. Daarom is het voldoende wanneer voor de collectie van De Wieger het interbellum als zwaartepunt wordt geformuleerd. Tentoonstellingen gaan daar met groot gemak buiten, zoals bij 'De automatische verbeelding' (1989) over het Nederlandse surrealisme zichtbaar was, en later bij 'Het naakt in de Nederlandse schilderkunst van de twintigste eeuw' (1994).
Een museum moet niet bewijzen hoe groot de afstand is tussen de kunstenaar van nu en die van honderd jaar geleden. Integendeel.
De kunst neemt steeds nieuwe vormen aan, maar juist wat deze kunstenaars verbindt is het eigenlijke aandachtsgebied van het museum. Dat is een voortgaand proces.
Aan dit proces, voor zover het in Deurne getoond wordt, dreigde in 1992 een abrupt einde te komen toen de gemeenteraad het museum wilde sluiten als bijdrage aan het 'gezond maken' van de gemeentelijke financiŽn. Het opofferen van deze culturele rijkdom, die zo'n belangrijk bestanddeel vormt van Deurnes geschiedenis, had op een ander vlak tot armoede geleid. Het is veelzeggend dat juist de in Deurne wonende kunstenaars hebben geprotesteerd tegen de voorgenomen sluiting door het museum symbolisch dicht te timmeren. Hun daad, uitgevoerd met groot respect voor het gebouw, was een prachtig voorbeeld van politiek bedrijven met beeldende middelen. Het 'onbewoonbaar verklaarde museum' blijft als een schrikbeeld op het netvlies gebrand.
Zoals bekend heeft De Wieger het debat overleefd, al was het vanaf dat moment (1 april 1992) zonder het woordje 'gemeente' in de naam. Door de subsidierelatie en gemeenschappelijke belangen is het kontakt met gemeente en gemeenschap van Deurne niet minder hecht geworden.

De Wieger is een levend museum, geen mausoleum voor een stroming of tijdvak. Het beweegt in de tijd en legt vast wat op verschillende momenten belangrijk wordt gevonden. Een voordeel is, dat het aandacht mag vragen voor het detail en zo de grote lijn kan bijstellen. Pieter Wiegersma constateerde al ten tijde van de opening in 1976, dat De Wieger altijd een klein museum zal blijven. Dat hoort ook zo. Het is niet het formaat van het gebouw of van de getoonde kunstwerken wat telt. De Wieger heeft grote kwaliteiten, als buitenplaats waar dingen geoorloofd zijn die in de gevestigde instituten niet kunnen. Dat maakt de toekomst van dit kleine museum zo spannend.

Nieuws- en persberichten
15/06/2011 Red Museum De Wieger in Deurne

De Wieger Nu
25/2/2018 - 13/5/2018
Multinationals
21/1/2018 - 13/5/2018
'Als ik van Brabant zingí over musicus en tekstdichter Jules de Corte
1/10/2017 - 28/1/2018
Joep Nicolas en Henk Wiegersma: De Judaskus
24/9/2017 - 14/1/2018
Daglicht/Beeldenstorm
21/5/2017 - 18/9/2017
Beautiful Stranger: Hedendaagse kunst uit de Arabische wereld en Iran
21/5/2017 - 18/9/2017
Koninklijke Harmonie Deurne
12/3/2017 - 15/5/2017
Nies en nazaten Ė vijf generaties in de kunsten
22/1/2017 - 15/5/2017
Zadkine en Wiegersma: een vriendschap
25/9/2016 - 15/1/2017
De Wieger, arts en schilder
29/5/2016 - 18/9/2016
De Wieger bestaat 40 jaar
14/2/2016 - 22/5/2016
Geert Jan Jansen: Echt en onecht
27/9/2015 - 10/1/2016
ArtORO in beeld
27/9/2015 - 13/12/2015
Nederlandse Kring van Tekenaars: De Peel op Papier
21/6/2015 - 20/9/2015
Van Blade en Daze tot Lee en Rammelzee Ė Amerikaanse graffiti
6/12/2014 - 1/3/2015
De vroege Raoul Hynckes
7/9/2014 - 30/11/2014
Emelie Jegerings: De Nieuwe Wildernis
29/8/2014 - 30/11/2014
Jan Engelman en Hendrik Wiegersma: Een vriendschap in brieven
6/7/2014 - 31/8/2014
Het Palet van het Interbellum: Nederlandse kunst uit 1914-1945
6/4/2014 - 29/6/2014
Uit het Depot: Een selectie uit de eigen collectie
14/12/2013 - 30/3/2014
Winter in Brabant (en elders)
14/12/2013 - 30/3/2014
Sarah Wiegersma
15/9/2013 - 18/12/2013
Laureaten Jeanne Oosting Prijs
15/9/2013 - 18/12/2013
Open Atelier Dagen 2013
14/9/2013 - 29/9/2013
De Peel in beweging: Het kunstklimaat in Deurne in de jaren 50
15/6/2013 - 8/9/2013
Figuratief expressionisme uit de collectie Govers
17/3/2013 - 9/6/2013
Casper Hoogzaad en Hillegon Brunt: Grafisch werk in de ateliers
16/3/2013 - 9/6/2013
Vruuger en Nu
19/12/2012 - 6/1/2013
Theo Beerendonk
15/12/2012 - 10/3/2013
Tom Smits
15/12/2012 - 10/3/2013
Over schilderijen: Een keuze uit de collectie Kokke-Verhulst
22/9/2012 - 9/12/2012
Potloden en puntenslijpers: Uit de collectie van Paul Dirks
22/9/2012 - 9/12/2012
Barbizon in Brabant: De Peel en het Kempenland geschilderd tussen 1900 en 1940
30/6/2012 - 16/9/2012
Margaretha Louwers: Het Museum van de Persoonlijke Herinnering
30/6/2012 - 16/9/2012
Jozef van Ruyssevelt (1941-1985): De schilder van het intieme licht
31/3/2012 - 24/6/2012
Helma Veugen en Cecile Verwaaijen
18/12/2011 - 18/3/2012
Hendrik Wiegersma
17/12/2011 - 18/3/2012
Anneque Lijnkamp Truyen en Wil Teeken
1/10/2011 - 11/12/2011
Tony van de Vorst en Fons Timmer
17/9/2011 - 11/12/2011
Hugo Landheer
26/6/2011 - 28/8/2011
Deurnes mooiste
26/6/2011 - 11/9/2011
Jeroen Bodewits: Datsja's en meisjes
26/3/2011 - 19/6/2011
Henk Duijn: Zinspelingen
26/3/2011 - 19/6/2011
Nachtlicht 1880-1940
18/12/2010 - 13/3/2011
Nachtlicht Nu
18/12/2010 - 13/3/2011
Koppen, smoelen en tronies: De portretten van De Wieger
9/10/2010 - 12/12/2010
Mo Swillens en Frank van den Heuvel
26/6/2010 - 12/9/2010
Hendrik Jan Wolter: De impressionist van het stadsgezicht
26/6/2010 - 12/9/2010
Wiel Wiersma, Willie Berkers, Jacques van Erven en Leonie van Santvoort
20/3/2010 - 20/6/2010
Gerry Hurkmans: Landschappen en portretten
12/12/2009 - 14/3/2010
Hans Bayens
12/12/2009 - 14/3/2010
Eigenheimer.eu: Fotofestival Deurne
24/10/2009 - 6/12/2009
Zij kwamen uit Deurne
12/9/2009 - 6/12/2009
Open Atelier Dagen
12/9/2009 - 18/10/2009
De Wunderkammerstijl: Een andere kijk op de collectie
11/7/2009 - 6/9/2009
Inez Odijk en Birgitta van Drie
11/7/2009 - 30/8/2009
Jakob Nieweg
4/4/2009 - 5/7/2009
Verborgen bezit uit de regio
17/1/2009 - 29/3/2009
MichaŽl de Kok: Landschapsbeelden
6/9/2008 - 11/1/2009
MariŽtte van Erp: Taal en teken
6/9/2008 - 11/1/2009
Bloemstillevens van de Wieger
31/5/2008 - 31/8/2008
Van Zaaien tot Maaien
11/5/2008 - 31/8/2008
Ik woon in een kippenhok; joodse onderduikers in de Peel
29/3/2008 - 26/5/2008
Margriet Thissen
20/1/2008 - 23/3/2008
Sjef Hutschemakers
20/1/2008 - 4/5/2008
MariŽs Hendriks
6/10/2007 - 6/1/2008
Otto van Rees als illustrator
6/10/2007 - 6/1/2008
De Bergense School op reis
24/6/2007 - 2/9/2007
Grafisch Atelier Daglicht
24/6/2007 - 2/9/2007
Ingeborg Meulendijks
24/6/2007 - 2/9/2007
Jacomijn den Engelsen: Zacht hout
10/3/2007 - 17/6/2007
Friso Wiegersma: Schilder - tekstschrijver - theaterontwerper
10/3/2007 - 17/6/2007
Renť Ziedses des Plantes: Faced to nature
15/12/2006 - 25/2/2007
Lego Lima
11/11/2006 - 25/2/2007
Fotofestival: Het kleine verschil
7/10/2006 - 5/11/2006
Valentine Prax: Uit de schaduw van Ossip Zadkine
17/9/2006 - 10/12/2006
Ton Hartjens
16/9/2006 - 1/10/2006
Arie Schippers: Bijzonder buitenland
3/6/2006 - 10/9/2006
Theo van de Goor
3/6/2006 - 10/9/2006
Vincent van Ojen
18/3/2006 - 10/9/2006
Schatten van de zolder
18/3/2006 - 28/5/2006
Ramon Verberne
18/3/2006 - 28/5/2006
Joep Coppens en Martien Coppens
17/12/2005 - 5/3/2006
Glasateliers, Grafiek i.s.m Grafisch Atelier Daglicht Eindhoven
17/12/2005 - 5/3/2006
Sarah Wigman
17/12/2005 - 5/3/2006
Freek van den Berg
1/10/2005 - 11/12/2005
Kees Martens
17/9/2005 - 11/12/2005
Pieter Wiegersma 85 jaar
19/6/2005 - 4/9/2005
Mensen
11/6/2005 - 4/9/2005
Grafisch Atelier Daglicht Eindhoven ĎIn het Daglichtí
8/4/2005 - 5/6/2005
Kees Bol: een retrospectieve
25/2/2005 - 5/6/2005
Annelies van Dooren: Liefde en Dood
3/12/2004 - 20/2/2005
Jeanne Oosting Prijs 2004: Fred Fritschy en Ronald Ophuis
3/12/2004 - 20/2/2005
Tamara van Beeck
3/9/2004 - 28/11/2004
Om Hart & Vurigheid: De beeldende kunst van de Gemeenschap
3/9/2004 - 28/11/2004
Gerrit van Bakel
9/7/2004 - 29/8/2004
Naakten van De Wieger
29/4/2004 - 29/8/2004
Wiesje Peels: Alles komt goed, alles komt in orde
29/4/2004 - 29/8/2004
De schilderkunstige ruimte van Pieter Vriends
29/4/2004 - 4/7/2004
Piet Wiegman (1885-1963) en Deurne
7/12/2003 - 21/3/2004
Maud Rijken
7/12/2003 - 25/4/2004
Jan Bogaerts: De Peel
28/6/2003 - 30/11/2003
Tobeen, Auguste Herbin, Jean Metzinger: Kubistisch avontuur
23/3/2003 - 15/6/2003
De kamers van Henk & co.
15/12/2002 - 9/3/2003
 
Kinderportretten, van peuter tot puber
15/9/2002 - 8/12/2002
Dirk Oudes
1/9/2002 - 27/10/2002
John van 't Slot: Horsies
22/6/2002 - 9/9/2002

Kunstenaars in vaste collectie

Wobbe Alkema - Peter Alma - Jan Altink - Johan Coenraad Altorf - Kees Andrťa - Mari Andriessen - Gerrit van Bakel - Else Berg - Willem van den Berg - Hermann Friederich Bieling - Jeanne Bieruma Oosting - Gerrit van Blaaderen - Leendert Bolle - Johan Buning - Henk Chabot - Paul Citroen - Mozes Cohen - Arnout Colnot - Andries Dirk Copier - Martien Coppens - Jos CroÔn - Lucie van Dam van Isselt - Johan Dijkstra - Theo van Doesburg - Jacob Dooijewaard - Tinus van Doorn - Erasmus van DŁlmen Krumpelmann - Nicolaas Eekman - Ferdinand George Erfmann - Charles Eyck - Jan van Eyk - Edgar Fernhout - Herbert Otto Fiedler - Dirk Herman Willem Filarski - Ton Frenken - Aad de Haas - Jan van Heel - Jacoba van Heemskerck - Joop Hekman - Johan van Hell - Henk HenriŽt - Jan van Herwijnen - Hans van Hoek - Gerard Hordijk - Vilmos HuszŠr - Raoul Hynckes - Isaac IsraŽls - Wim Izaks - Henri Jonas - Germ de Jong - Jan Gerrit Jordens - H.H. (Harm) Kamerlingh Onnes - Otto B. de Kat - Toon Kelder - Dick Ket - Jan van Keulen - Reimond Kimpe - Frits Klein - Cornelis Kloos - Pyke Koch - Krijn de Koning - Hildo Krop - Harry van Kruiningen - Herman Kruyder - Harrie Kuyten - Hugo Landheer - Ger Langeweg - Chris Lebeau - Titus Leeser - Willem van Leusden - Hubert Levigne - Guido Lippens - Lex van Lith - Lou Loeber - Adriaan Lubbers - Anton Lutgerink - Kees Maks - Frans Manders - Jan Mankes - Raoul Martinez - Johan Mekkink - Melle - Harmen Meurs - Johannes Hendrikus (Joop) Moesman - Christiaan Nicolaas Everhardus Moor - Joep Nicolas - Kasper Niehaus - Jakob Nieweg - Dirk Nijland - Cor Noltee - Pieter Ouburg - Dirk Oudes - Charlotte van Pallandt - Constant Permeke - John Ršdecker - Sybold van Ravesteyn - Etie van Rees - Otto van Rees - Lodewijk Schelfhout - Sierk SchrŲder - Wim Schuhmacher - David Schulman - Mommie Schwarz - Jan Sloots - Jan Sluijters - Wim Steijn - Mathieu von Syben de Maroye - Jan van den Thillart - Charley Toorop - Hendrik Valk - JCJ Vanderheyden - Gerrit J. van der Veen - Rob Verbunt - Kees Verwey - Reinoud van Vught - Hendrik Nicolaas Werkman - Jan Wiegers - Hendrik Wiegersma - Pieter Wiegersma - Matthieu Wiegman - Piet Wiegman - Nicolaas Wijnberg - Piet van Wijngaerdt - Daan Wildschut - Carel Willink - Willem Witjens - Jan Hendrik Willem Wittenberg - Hendrik Jan Wolter - Theo Wolvecamp - Jan Adam Zandleven - Jan van der Zee.

Toon afbeeldingen