Tien Gezichten Van De Werkelijkheid

 
Geert Bartelink
 
Pascal Bastiaenen
 
Pascal Bastiaenen
 
Toon Berghahn
 
Judith van Bilderbee...
 
Boris Brink
 
Danielle van Broekho...
 
Ingrid Simons
 
Hein Vandervoort

Over de expositie

De werkelijkheid telt vele gezichten. Mijn werkelijkheid is anders dan die van mijn buurman. Er zijn mensen die alleen oog hebben voor het totaalbeeld, anderen verliezen zich in details. De waarheid van de ene krant staat haaks op die van de andere. De ene werkelijkheid gaat in geloof gehuld, bij de andere is geen plaats voor god, allah of de profeet. De waarheid van Het Journaal is niet perse de werkelijke waarheid. Politici bedelven de waarheid onder een stortvloed van woorden. Voor veel mensen is de virtuele werkelijkheid van het internet werkelijker dan de realiteit van de straat. Voor kinderen lopen fantasie en werkelijkheid door elkaar. Bij veel ouderen nemen herinneringen de plaats in van de werkelijkheid.
Kunstenaars zijn bij uitstek mensen die zich bewust zijn van de werkelijkheid, omdat ze zoeken naar manieren en middelen om die te transformeren tot kunst.
Deze tentoonstelling laat zien dat er meer wegen naar Texel leiden.

Danielle van Broekhoven (1975) zoemt in op de landschappelijke werkelijkheid en zet dat detailbeeld om in schilderijen waarin het toeval zich een plaats verzekerd weet, waarin kleuren de werkelijkheid achter zich mogen laten, waarin formele ingrepen zorgen voor gelaagdheid, waarin olieverf en acryl gelijkwaardige partners zijn en waarin uiteindelijk het concrete grenst aan het abstracte. Het is met name dat wordingsproces dat haar fascineert, meer nog dan het resultaat dat er het gevolg van is. Ze houdt overduidelijk van schilderen. Danielle van Broekhoven voelt zich verwant met het werk van de Abstract Expressionisten.

De landschappen, of moet ik zeggen bospaden van Ingrid Simons (1976) zijn in feite suggesties van landschappen. Dat komt allereerst omdat ze minimaal van kleur zijn. In feite zijn de basiskleuren bijna altijd wit en zwart. Simons lijkt te focussen op invallend licht, terwijl de bron daarvan buiten beeld blijft. Verder zijn haar schilderijen vaak grof geschilderd. Die sobere en tegelijkertijd overdadige behandeling, dat paradoxale, geeft ze iets benauwends. Als er dan nog een figuur op rondloopt waarvan je alleen maar de (gebogen) achterkant ziet, sluipt er zelfs een element van suspense in.

Bij Judith van Bilderbeek (1962) is het vooral de binnenwereld die haar bezighoudt. Als ze al voor landschappen kiest, dan zijn het stedelijke landschappen. Ze schildert alledaagse objecten of gebruiksvoorwerpen waarvan het bestaan zo vanzelfsprekend is, dat niemand er meer bij stilstaat. Ze lijkt ze te willen herwaarderen. Ze doet dat door een detail in beeld te brengen, liefst vanuit een ongebruikelijk of niet kloppend perspectief. Ze geeft de werkelijkheid als het ware een duwtje, zodat je er weer oog voor krijgt. Bovendien laat ze de gebruiker van al die objecten opzettelijk weg. Iedere kijker mag zijn eigen verhaal invullen.

Michiel van der Zanden (1979) en Geert Bartelink (1981) vertellen hun verhaal liever zelf. Voor de eerste zijn computergames de belangrijkste inspiratiebron. De virtuele werkelijkheid van menige computerverslaafde. Hij plukt daar links en rechts beelden uit en assembleert ze tot een persoonlijk verhaal. De gewelddadigheid die veel van dat soort spelletjes kenmerkt, is terug te vinden op zijn doeken, maar altijd op een relativerende of ironische manier. Van der Zanden goochelt en speelt met zijn bronnen. Dat spel strekt zich tevens uit naar zijn stijl van schilderen. Die laat hij sturen door het beeldmateriaal dat hij gebruikt. Fijn, expressionistisch, wild, het is allemaal mogelijk. Bartelink lijkt zijn inspiratie te putten uit klassieke bronnen zoals fabels en bijbelverhalen. Dat is misschien ook wel zo, maar hij gaat er wel mee op de loop. Hij voegt er elementen aan toe die ze naar deze tijd halen, waardoor de notie tijd als het ware met zichzelf in de knoop komt. Hij vertelt zijn verhalen met grote, expressionistische gebaren en met een ongebreidelde kleurigheid. Het is onmogelijk eraan voorbij te gaan. Ze dwingen tot stilstaan en kijken.

Hein Vandervoort (1962) vertelt ook verhalen, maar die zijn observerender van aard. In feite geeft hij een beeldverslag van zijn (Amerikaanse) reizen, vanuit de auto waarmee hij heeft gereisd of vanuit de locaties waar hij heeft gelogeerd. Daardoor is het onmiskenbaar zijn persoonlijke werkelijkheid. Hij brengt het tijdsverloop er soms letterlijk in door een aantal taferelen naast elkaar weer te geven. Zijn stijl is ingehouden, wars van veel kleuren, en effectief. Passend bij de droogkomische ondertoon. Die blijkt uit de burgerlijke of kitscherige beeldelementen en uit de titels die hij zijn (grote) schilderijen geeft.

Pascal Bastiaenen (1981) wil iets bereiken met zijn verhalende doeken. In wat slordige, kleurige halen zet hij taferelen neer die herinneren aan beelden die je in de krant of op het journaal hebt gezien. Tenminste, dat lijkt zo. In feite zijn ze afkomstig van het internet en daarna door de kunstenaar zo gemanipuleerd, dat ze het door hem gewenste effect krijgen. Die manipulatie maakt dat de aandacht getrokken wordt. De tegenstellingen worden scherper neergezet, de emoties worden aangedikt. Leiden de dagelijkse nieuwsbeelden door hun herhaling tot vervlakking en onverschilligheid, de behandeling die Pascal Bastiaenen ze geeft drukt je weer met je neus op de werkelijkheid.

In vergelijking tot de schilderijen van Bastiaenen zijn de recente werken van Toon Berghahn (1970) toonbeelden van rust. Tegen een achtergrond van transparant geel, geelgroen of geeloranje plaatst hij openbare gebouwen van architecten die hij op zijn reizen is tegen gekomen en die hij om wat voor reden dan ook bewondert. Evenals bij zijn eerdere landschappen weet hij een sfeer te creëren die ze als het ware optilt uit de werkelijkheid, zodat het bijzondere meer aandacht krijgt. In de omgeving van de kerken en musea zijn geen mensen te vinden, maar je kunt je voorstellen dat ze erop af komen.

Wat bij Toon Berghahn achtergrond blijft, is bij Coen Vunderink (1979) steeds vaker voorgrond én thema. Hij is gefascineerd door de ruimte, zo zelfs, dat hij steeds meer de behoefte heeft om in de ruimte en met de ruimte te werken. Wanden alleen zijn niet voldoende. De werkelijkheid of de suggestie van de werkelijkheid zoals zijn eerdere stillevens en uitzichten die eens weergaven, vertalen zich gaandeweg in formele experimenten waarin een poging wordt gedaan de werkelijkheid te begrijpen.

Voor Boris Brink (1973) geen formele experimenten met de ruimte. Hij zou er het liefste groteske plastic sculpturen in zetten waarmee de kijker kan ‘spelen'. Een soort uit de kluiten gewassen playmobiels, samengesteld uit bestaande materialen, die door de kijker naar believen van vorm, en dus van inhoud, kunnen worden veranderd. Speelgoed voor volwassenen, met een volwassen inhoud - dood, seks - maar met een speels uiterlijk. Werken die inspelen op de fantasie zodat de (saaie of serieuze) alledaagse werkelijkheid even naar de achtergrond wordt gedrongen.

Tien kunstenaars en even zovele manieren om met de werkelijkheid om te gaan. Juist die verschillen maken een dergelijke thematische tentoonstelling tot een oogopenende, enerverende ervaring.

Rob Perée, april 2009


Wanneer en waar

  • Expositieperiode was t/m 6 sep 2009
Galerie Posthuys Texel
Brink 14
1796 AJ De Koog, Texel
06-41378884

open: wo t/m zo 11.00-17.00


Galeries.nl is na een afwezigheid van een half jaar sinds begin mei 2018 weer in de lucht. Om te helpen de site up-to-date te houden hebben diverse vrijwilligers zich reeds aangemeld:
- Willemijn Vesseur
- Sascia Vos
- José Jonkergouw
- Ron Schöningh

Wilt u ook als vrijwilliger helpen om actuele exposities toe te voegen? Mail naar info@galeries.nl indien u hiervoor belangstelling heeft.

Op deze plek, in de laatste kolom, kunnen advertenties worden geplaatst.

Meer info over adverteren

Benno Tutein Nolthenius